eLearning programme

Artikels

Vaardigheden van talenten in de nieuwe e-learning generatie

30 Juni 2009
In ieder land heeft de getalenteerde levenslange leerder –ongeacht zijn economische, sociale of linguïstische achtergronden of handicap- het burgerrecht om toegang te hebben tot een kwalitatief goede online leeromgeving. In dit artikel wordt de dynamiek van de digitale werkplaats bekeken en met name de sleutelvaardigheden (zoals aanbevolen door de Europese Commissie) voor levenslang leren in dit kader. Deze vaardigheden omvatten digitale en meertalige vaardigheden naast sociale en burgerlijke capaciteiten.
Digitale competentie veronderstelt het vermogen om kwalitatief goede online inhouden te zoeken, te selecteren en te beoordelen. De aard van inhoudfilters wordt in dit artikel onderzocht naast de werking en stabiliteit van de zoekmotor en de gevolgen voor het verzamelen van gegevens. In dit artikel wordt ook gekeken naar de meertalige vaardigheden en de uitdagingen waarvoor “talenten” zich gesteld zien met betrekking tot de noodzaak om in één of meerdere vreemde talen of in lokale talen te communiceren. Nadruk wordt gelegd op casus-studies waarin het filteren van de minderheidstalen (e-inclusie) wordt onderzocht naast de uitdagingen waarvoor minderheidsgroepen zich geplaatst zien om toegang te hebben tot online inhouden die door het Engels grotendeels wordt gedomineerd.

Om succes te hebben moeten ook “talenten” in de digitale omgeving een hoog niveau van sociaal begrip (sociale competenties) bereiken. “Virtuele” communicatie verschilt aanmerkelijk van de interacties in de “echte wereld”, en enkele van de problemen die eigen zijn aan virtuele communicatie worden in dit artikel geïdentificeerd. Om te garanderen dat “talenten” hun volledige potentieel in de digitale werkplaats bereiken moeten factoren die verband houden met verschillende sociale en culturele dilemma’s onderhandeld en overeengekomen worden. De nieuwe leergeneratie moet ook worden uitgerust met de noodzakelijke vaardigheden om “volledig deel te nemen aan het burgerlijke leven” (burgerlijke competenties). Het belang van gelijke kansen voor alle Europese burgers (waaronder minderheidsgroepen) wordt ook bekeken. Met betrekking tot invaliditeit benadrukken we de noodzaak voor meer helpende technologie om toegangsproblemen tot de virtuele werkplaats op te kunnen lossen.

Ter besluit wordt in het artikel de aanbeveling gegeven dat er meer vergelijkend onderzoek nodig is en op een versnelde basis gezien de dwingende noodzaak de inclusie van “talenten” (ook voor hen met handicaps) in het huidige online multiculturele kader te bewerkstelligen.
The full text of this article is available in English and Spanish. The Spanish version is made possible our partner, the Organisation of Ibero-American States for Education, Science and Culture (OEI). // El texto integro de este artículo está disponible en inglés y castellano. La versión castellana ha sido posible gracias a nuestro socio, la Organización de Estados Iberoamericanos para la Educación, la Ciencia y la Cultura (OEI).
Artikels

Pedagogische liedjes: leren door op spel gebaseerde activiteiten

30 April 2009
De leerervaring die wij in dit artikel beschrijven, gaat niet over het ontwerpen van spelletjes maar over de psychodidactische achtergrond en andere aspecten die in het rendement van recreatieve activiteiten een rol spelen. Het project, gebaseerd op spelletjes en online activiteiten die ontwikkeld zijn na de bestudering van een liedje, is in de afgelopen zes jaar in de cursus “Onderwijspsychologie” geïmplementeerd en onderwezen als deel van de studie onderwijsbevoegdheid in vreemde talen aan de Universiteit van het Baskenland (Spanje).
Er dient echter op gewezen te worden dat het idee van pedagogische liedjes is ontleend aan een radioprogramma met als titel “Pedagogische Pop” dat in de tachtiger en negentiger jaren door de Spaanse openbare radiozender RNE 3 werd uitgezonden. In dit programma werden het vocabulaire en de uitspraak van een liedje geanalyseerd, uitdrukkingen benadrukt, de betekenis uiteengezet, enz.

Studenten die deze cursus doen, worden eraan herinnerd dat het doel van het project niet alleen het creëren van een technologisch product is, maar tot inzicht en gebruik dient van enkele onderwijsbijdragen van verschillende psychologische modellen, zoals de theorieën van het behaviourisme, informatieverwerking, sociaal leren, constructivisme of onderwijspsychologie. In het kort, studenten worden in dit project geconfronteerd met een gestructureerde activiteit, onder leiding van de docent en uitgevoerd in samenwerking met andere collega. Het project is duidelijk gericht op een specifieke inhoud van het onderwijsprogramma en de leerdoelen van de studenten. Tot slot, benut het project het potentieel van de informatica in het ontwerpen van activiteiten waarbij tevens rekening wordt gehouden met de voorkennis van de studenten.

De belangrijkste conclusie van dit initiatief is dat, naast complexe technologische onderwijsmethoden, het gebruik van eenvoudigere en minder krachtige middelen toch heel effectief kan zijn om een reële doelstelling te bereiken, namelijk de psychodidactische integratie van ICT in de schoolomgeving.

The full text of this article is available in English and Spanish.The Spanish version is made possible thanks to our partner, the Organisation of Ibero-American States for Education, Science and Culture (OEI). // El texto integro de este artículo está disponible en inglés y castellano. La versión castellana ha sido posible gracias a nuestro socio, la Organización de Estados Iberoamericanos para la Educación, la Ciencia y la Cultura (OEI).

Artikels

Microtraining ter ondersteuning van informeel leren

24 November 2008
De meeste bedrijven worden geconfronteerd met snel veranderende leerbehoeften en de behoefte aan nieuwe concepten. Bedrijven overschatten en investeren te veel in formele opleidingsprogramma's terwijl ze de mogelijkheden onbenut laten om meer natuurlijke en informele leerprocessen aan te moedigen. Opdat informeel leren succes kan hebben, is het van wezenlijk belang flexibele mechanismen te ontwikkelen die dit type leren ondersteunt en de nadelen vermeden die aan de informaliteit gerelateerd is. Microtraining is ontwikkeld als een mechanisme om hoofdzakelijk informele leeractiviteiten te ondersteunen.
Microtraining kan worden gezien als een leerafspraak van ongeveer 15 minuten voor een leerbijeenkomst. Elke sessie bevat onderdelen als actieve start, demonstratie of oefening, feedback of discussie en uitleg over de volgende sessie. Zo'n bijeenkomst kan klassikaal zijn, online of een combinatie afhankelijk van de omstandigheden en mogelijkheden. Het concept is gebaseerd op een aantal theoretische overwegingen waarbij Sociaal Constructivisme een belangrijk element is, naast de begrippen “Connectivisme” en “Beheersingsniveaus”. Microtraining vereist een organisatorisch kader waarbinnen deze methode kan worden toegepast met betrekking tot het te leren onderwerp, de vaardigheden van de initiatiefnemer en de werknemers en hun dagelijkse werkrooster.

In de praktijk is aangetoond dat dit raamwerk ertoe bijdraagt gezamenlijke oplossingen voor de leren op de werkplaats te ontwikkelen met brede mogelijkheden voor de informatieoverdracht. Microtraining ondersteunt informeel leren op de werkplek en verhoogt daarmee de leercapaciteit van het bedrijf.

Het concept microtraining is ontwikkeld in het kader van het Leonardo da Vinci programma van de Europese Unie.
Artikels

Informeel leren en het gebruik van Web 2.0 binnen trainingsstrategieën van het midden- en kleinbedrijf

24 November 2008
Het midden- en kleinbedrijf (MKB) heeft specifieke behoeften om de uitdagingen van hun dagelijkse activiteiten tegemoet te treden; zo'n 10% geeft aan dat het gebrek aan vaardigheden een belemmering voor de groei vormt en benadrukt hiermee het verband tussen training en duurzaamheid. Om hun vaardigheden actueel te houden heeft het personeel van het MKB toegang nodig tot de geschikte scholingsmogelijkheden en nieuwe technologieën, met name e-learning, die middels het gebruik van Web 2.0 toepassingen het delen van kennis, culturele uitwisseling en het netwerken bevorderen.
Leren met gebruik van Web 2.0 (e-learning 2.0) is gebaseerd op middelen die het gemak van inhoud maken combineren met het aanbieden via het netwerk. Bij e-learning 2.0 is de voerman de werker, aangezien de inhoud door de gebruikers, individueel of gezamenlijk, kan worden gemaakt. Door de bekende tools van Web 2.0 (zoals wiki's, sociaal netwerken, bookmarks, blogs, enz) te gebruiken kan iedereen een leerder-leraar zijn omdat de hindernissen tot de ICT-gebaseerde training niet meer bestaan. Met de gemeenschap als duidelijk uitgangspunt is e-learning 2.0 ideaal voor het MKB omdat het spontaan informeel leren ondersteunt door de taken te vereenvoudigen die het werken en leren in groepen met zich meebrengen.

Praktijkgemeenschappen kunnen voor het MKB ook een krachtige manier voor innovatie en de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden blijken, aangezien deze bestaan uit vrijwilligers die gelijke uitdagingen delen, regelmatig met elkaar in contact komen, van en met elkaar kunnen leren en hun vermogen willen verbeteren om de uitdagingen waarvoor zij zich gesteld zien, aan te gaan.

In dit artikel geven we eerst een samenvatting van de huidige trainingsbehoeften en leermethoden die in het MKB worden gebruikt en vervolgens geven we in grote trekken de kenmerken van Web 2.0 aan die gebruikt kunnen worden om in deze behoeften te voorzien. Hierna gaan we in op de vraag of praktijkgemeenschappen een geschikte omgeving bieden voor informeel leren in het MKB. En tot slot geven we een voorbeeld van hoe informeel leren en praktijkgemeenschappen de vaardigheden binnen het MKB efficiënt kunnen verbeteren.
Artikels

Didactische constructies en organisatiemodellen: een wederzijds aanpassingsproces

04 Juli 2008
Dit artikel vergelijkt de organisatiemodellen en didactische constructies die door bedrijven gebruikt worden om hun interne scholing te beheren. Het doel is om na te gaan of het zogeheten "e-learning 2.0" (e-learning gebaseerd op middelen en benaderingen die voor web 2.0 kenmerkend zijn) bruikbaar is binnen verschillende kaders en organisaties. In deze context kijkt het artikel of het mogelijk is een wederzijds aanpassingsproces tussen de organisatie- en scholingsmodellen vast te stellen die wij met de term didactische constructies aanduiden.
Tijdens de analyse worden vier verschillende organisatiemodellen (industriële samenleving, postindustriële samenleving, "Enterprise 1.0" en "Enterprise 2.0") geïntroduceerd en de bijbehorende ontwikkeling van didactische constructies (webgebaseerde scholing, e-learning 1.0, online onderwijs, e-learning 2.0) wordt aangegeven.

In een kennismaatschappij waar de tijd voor het op de markt brengen kort is en concurrentiegebieden breder worden en zich snel ontwikkelen, zien organisaties zich gedwongen om snel op het zogeheten model "Enterprise 2.0" over te stappen dat zich kenmerkt door een intensief gebruik van blogs, wiki's, sociale bookmarking en RSS. Deze organisaties hebben een vlakke structuur en zijn gebaseerd op het zelfstandigheidsprincipe. In dit artikel wordt gesteld dat in deze contexten onderwijssystemen en systemen voor het beroepsonderwijs die op dezelfde principes zijn gebaseerd – namelijk zelfstandigheid, informele stijl en een open benadering –, geïmplementeerd kunnen worden. In andere meer klassieke structuren zal formele e-learning gebaseerd op LMS-platformen een effectieve oplossing blijven, zolang de gebruikers niet vertrouwd raken met de functionaliteiten die de 2.0 technologieën bieden en zo vormgevers van de verandering worden.

Dit artikel bestaat uit drie delen: in het eerste hoofdstuk worden vier verschillende didactische constructies geanalyseerd waarbij de nadruk wordt gelegd op de verschillen tussen e-learning 1.0 en e-learning 2.0; in hoofdstuk twee worden de organisatiemodellen beschreven en het verband met de didactische constructies aangegeven. In het derde en laatste hoofdstuk wordt het wederzijdse aanpassingsproces tussen didactische constructies en organisatiemodellen besproken.
Projecten

Peer to Peer networking for Valorisation

31 Januari 2008
The project aims to help teachers, inspectors and policy makers discover methods, pedagogies and inspection schemes in other countries using peer learning.

P2V is a continuation of previous peer learning projects, ERNIST and P2P, which took place from 2003 to 2006.

Partners in the project are working on three topics that are significant in widening the uptake of e-learning in schools:

  • Digital resources: accessing, sharing across borders, common standards
  • Digital literacy: competent, effective and responsible use of technology by all
  • New learning environments: online learning, future schooling models.

For the purpose of experience-sharing related to these topics, participants will engage in a series of activities. They will collaborate in a network comprised of groups formed by a topic of their interest. In that way, valorisation would happen in a friendly environment amongst people who are willing to exchange ideas and experience.

The key results of the project will be integrated into an overall analytical framework and roadmap for effective use of ICT in school environments and for ICT change in schools. P2V will take place in three strands: Policy valorisation, Inspectorate valorisation and School valorisation.

Valorisation can be described as the process of disseminating and exploiting the results of projects with a view to optimising their value, strengthening their impact, transferring them, integrating them in a sustainable way and using them actively in systems and practices at local, regional, national and European levels.

Methodology

P2V builds on two networks of networks – European Schoolnet and the Standing International Conference of Inspectorates - and will:

  • Valorise (i.e. critically review, refine, disseminate and exploit) P2P methodologies and results
  • Apply them in large-scale contexts to the results of the eLearning Programme relating to the three topics
  • Further develop and refine an analytical framework to guide decision-makers in the effective use of ICT and e-learning in school environments.

Valorisation will be applied through identifying a need identified by one or more of the participants related to the broad themes of digital content, new learning environments and media literacy:

“Work to valorise the three perspectives of P2P (practice, policy and inspection) offers the prospect of co-ordinating most of the actors and constraints that need to be aligned for systemic innovation called for in the Lisbon Declaration.”

The P2V projects partners are:

  1. EUN Partnership AISBL, BE
  2. Inspectorate of Education, NL
  3. Regional Training Unit, UK
  4. Centre International d’Etudes Pédagogiques, FR
  5. Centre of Information Technologies of Education, LT
  6. Departament dEducació, ES
  7. UNI-C, DK
  8. ENIS Austria, AT

Non-funded partners

  1. Did@ctic, University of Fribourg, CH
  2. Directorate for Education and Training, NO
Extracted from P2V
Directory

University of Maribor

26 Oktober 2007

University of Maribor (UM) is one of the most recognised education Institutions in Slovenia that is involved at elearning methodology discussions and developments.

Artikels

e-learning in Roemenië: de stand van zaken

26 September 2007
Dankzij de sociaal-economische dynamiek en verschillende landelijke programma’s die erop gericht zijn om de toegang tot ICT-apparatuur en kwalitatieve e-inhouden te verhogen, zijn de Roemeense onderwijsinstellingen 15 jaar geleden begonnen om de nieuwe technologieën in hun ontwikkelingsprogramma’s op te nemen. Verschillende initiatieven proberen gelijke tred te houden met de tendensen, beginselen en acties van de Europese en mondiale e-learning, en richten zich op de aanschaf van IT-apparatuur en hun administratief gebruik alsook de integratie van aangepaste onderwijssoftware en scholing van de menselijke middelen
Ondanks het feit dat de vooruitgang op dit gebied minder is dan verwacht werd door de onderwijsvernieuwers (als gevolg van de verouderde landelijke wettelijke voorschriften), passen de scholen, hogeronderwijsinstellingen en scholingsinstituten hun studiepakket geleidelijk aan waardoor het mogelijk wordt nieuwe leeromgevingen met hulp van de technologie voor verschillende gebieden te creëren. De theorie en de praktijk van e-learning worden doorlopend verbeterd met als doel de kwaliteit van het onderwijs- en scholingssysteem in Roemenië op een hoger niveau te tillen.

In dit artikel worden de belangrijkste documenten en ervaringen besproken met betrekking tot de implementatie van ICT in het onderwijs in Roemenië, waaronder documenten van het Roemeense Ministerie van Onderwijs en Onderzoek, SIVECO Romania, de Wereldbank, het Roemeense Ministerie voor Informatietechnologie, eLearning Romania en andere grote bedrijven, universiteiten en NGO’s die betrokken zijn bij het e-learning proces, naast andere belangrijke regionale en lokale verslagen.

Tegenwoordig zijn de meeste inspanningen in Roemenië op het gebied van e-learning gericht op het gebruik van ICT in het onderwijs. Er wordt gewerkt aan een coherent, strategisch document dat speciaal leren met hulp van de technologie in het onderwijs behandelt. De beleidsaanbevelingen zouden een belangrijke stap vooruit kunnen betekenen voor het verantwoordelijk gebruik van computers en Internet voor onderwijsdoeleinden op grote schaal. Maar duurzame resultaten kunnen alleen worden bereikt door een meer proactieve houding van de onderwijsbeleidsmakers, de onderwijspartners en de maatschappij in zijn geheel, omdat een dergelijke verschuiving veel verder gaat dan een normaal regeringsbesluit en de onderwijsvernieuwing is niet alleen de verantwoordelijkheid van één enkele instelling.
Artikels

Naar een grotere kwaliteitgeletterdheid in een e-learning Europa

15 Januari 2007
Dit artikel benadrukt het belang om kwaliteitsontwikkeling niet als een aanvulling van e-learning te beschouwen, d.w.z als een afzonderlijke evaluatiebenadering aan het einde van een opleiding, maar als een essentieel onderdeel dat een rol speelt in alle fasen van het ontwikkelings- en uitwerkingsproces van e-learning opleidingen en programma’s.

Op basis van het onderzoek kunnen drie concepten worden gebruikt en gecombineerd om een nieuw globaal concept voor kwaliteitsontwikkeling te vormen:

1. Kwaliteitsontwikkeling moet tot beter leren leiden. Dit standpunt, dat op het onderwijs gerichte kwaliteitsontwikkeling kan worden genoemd, benadrukt dat de kwaliteitsontwikkeling rekening dient te houden met de situatie van de leerder. De voorkeuren van leerders worden geanalyseerd om aan te tonen dat deze een veelheid aan factoren en voorkeursprofielen dekken. Dit veronderstelt dat kwaliteitsbenaderingen zeer flexibel dienen te zijn en op maat gesneden kwaliteit mogelijk moeten maken.

2. De kwaliteitsontwikkeling dient echter niet alleen met de behoeften van leerders rekening te houden; het is een proces waarin de belangen en eisen van de e-learning partijen als één geheel moeten worden beschouwd en gecombineerd worden om een algemeen concept te vormen. In dit opzicht wordt kwaliteit gezien als een verhouding tussen de vraag en de behoeften van een groep partijen en het feitelijke e-learning aanbod. Teneinde deze verhouding zo goed mogelijk vorm te geven, dient een onderhandelingsproces doorlopen te worden waarin alle partijen betrokken zijn en hun voorkeuren en situaties worden geïntegreerd binnen het kader van de bestaande economische en organisatorische context. Deze onderhandelingsprocessen vinden plaats op verschillende niveaus van de leeromgeving. Wij stellen voor procesmodellen te gebruiken zoals het ISO referentiemodel.

3. Het derde deel van het concept betreft de vraag hoe de bestaande concepten, benaderingen en strategieën voor kwaliteitsontwikkeling gebruikt kunnen worden. Er wordt een besluitcyclus voorgesteld die het mogelijk maakt om een geschikte kwaliteitsbenadering voor een gegeven situatie te vinden. Echter, om voor een geschikte kwaliteitsbenadering te besluiten, een aantal mogelijke strategieën te kiezen en om deze strategieën aan te passen aan de specifieke situationele context, zijn bepaalde competenties noodzakelijk. Om deze competenties toe te wijzen hebben we het concept “kwaliteitgeletterdheid” ontwikkeld. Dit concept dekt competenties zoals kennis van kwaliteitsontwikkeling, ervaring met het gebruik van specifieke instrumenten, wijzigingscapaciteiten en het vermogen van personen om hun eigen situatie en behoeften diepgaand te analyseren.

Dit artikel is eerder verschenen in: Schoob, Eric, Gilge, Stefan (2006): European Integration Forum. Dresden
Projecten

e-Learning, Alfabetization of rural areas

21 April 2006
The project developed from the need to digitally alphabetize people, youth and women, who live and work in marginal and rural areas of the concerned territories, on the premise that they live in isolation.

E-Lara is a project funded by the European Commission E-Learning programme. The project leader is Confcooperative Torino (IT) and the relevant partners are the following: Byweb - Formação e Informática (PT), Coldiretti Torino (IT), Municipality of Borgiallo (IT), Greta du Velay (F), S&T (IT).

In the rural area and, above all, in the agricultural field, the use of ICT technologies is really low; besides, these areas are characterized by a scarce availability of services (often set in urban centres), and spreading the ICT use would allow people to easily access services shortening physical distances, reduce isolation increasing communication possibilities and also allow greater training/information opportunities with non conventional, so less strict, modes and times.
The choice to address the project to youth and women has been dictated by the need to intervene on subjects requiring an empowerment action. Youth represent rural areas future: therefore it is important to promote actions able to check rural territories abandonment giving youth tools allowing them to fit in with times, shorten distances and be constantly updated. Women, instead, according to what has emerged from the surveys carried out during the last years, know ICT tools less than men and this is more obvious if the concerned women are the ones living in rural areas.

The project has the following aims:

  1. Increase skills and competences youth and women living in rural and marginal areas have in terms of ICT.
  2. Overcome the digital divide characterizing rural and marginal areas of the territory and consequently people living there.
  3. Identify and divulge good practices in terms of e-learning creating an exchange and comparison transnational network and pinpointing good and critical elements for e-learning ICT use promotion.
  4. Set out a specific model to approach new technologies being oriented to the kind of beneficiaries to be transferred using the European network of the project.
  5. Make people sensitive to the ICT tools use through national networks as well as through the transnational contact network that will be created within the project.
  6. Fight against social exclusion typical of those who live the rural and marginal areas of the territory facilitating their social inclusion and promoting, through ICT tools, an easier access to services and a new dynamics for the creation of social relationships.
  7. Spread e-learning good practices all over Europe.

Foreseen activities

  • Creation of a learning centre devoted to the themes that are considered as key ones to propose in rural areas a new approach to ICT tools implementing and using the Learning Centre model about Equal Opportunities and Cooperation set by Confcooperative within a FSE project. The Learning Centre, an information and learning tool planned according to the self learning model and fitted with advanced technologies, will be used in order to expand on specific themes like: multifunctional agriculture, tourism, e-commerce, company management programmes as well as other themes project beneficiaries could be interested in. Besides, it will include a specific section dedicated to online services (bank, mailing, purchases, etc) that can help to conciliate working and family engagements, making services more accessible also to the most marginal areas.
  • Creation of workshops making youth and women living in the rural areas of the territory sensitive to ICT and teaching them how to use it.
  • Creation of new computer tools in the rural areas in order to encourage the implementation of their use identifying Public Internet Access Points in strategic areas within rural and marginal territories.
  • Promotion of a communication campaign about the usefulness of ICT tools in the rural areas and about the opportunity they can offer to the inhabitants of these areas both in terms of professionalism and updating and in terms of isolation overcoming.
  • Identification and spreading of good practices in terms of e-learning creating an exchange and comparison transnational network and pinpointing good and critical elements for e-learning ICT use promotion.

Foreseen results

  1. mplementation of ICT tools use and knowledge among the beneficiaries living and working in rural and marginal areas of the territory.ç
  2. Creation of a learning centre devoted to the themes rural areas can be interested in.
  3. Creation of an exchange and comparison European network.
  4. Exchange of good practices at a European level in terms of e-learning.
  5. Improvement of the quality of life reducing the social exclusion phenomenon.
  6. Increase in companies and territories competitiveness.
  7. Greater information for entrepreneurs about the opportunities they can have through the use of ICT tools.
  8. 8eduction of the digital divide characterizing rural areas.